Sporten en Kousbroek

Ik zit thuis met een dikke enkel: mijn lichaam wilde me er even aan herinneren dat sporten niet altijd gezond is. Een paar weken geleden probeerde iemand me te vertellen hoe stompzinnig sporten is, ik negeerde hem. Wie? Rudy Kousbroek. Ik kocht een bundeltje Anathema’s (3) en las op de eerste pagina’s:

Wat is sportiviteit? De etymologie kan ons hierbij niet helpen. De vorm van redelijkheid die met dit woord wordt aangeduid staat in geen enkele mij bekende relatie tot sport, zomin als het begrip goedertieren in verband staat met tieren, of liederlijk iets te maken heeft met muziek.

Sport – het is niet een barmhartige waarheid, en er wordt vaak omheen gepraat, maar er is nu eenmaal niets aan te doen – sport is voor imbecielen.

Voordeel is wel dat ik nu zo al lang stilzit dat ik nog maar weinig excuses kan verzinnen om niet aan mijn belastingaangifte te beginnen. Misschien ten overvloede, maar de Rudy Kousbroek op het plaatje, is niet de Rudy Kousbroek van het citaat.

.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Notities

Rusland

Вуди Аллен, 1976

“I took a speed reading course and read ‘War and Peace’ in twenty minutes. It involves Russia.” Zo gaat een bekend grapje van Woody Allen. Mijn begrip van Rusland verkeert ongeveer op hetzelfde niveau als Allens inzicht in het genie van Tolstoy.

Enige dat ik denk te weten, is dat er in Rusland bar weinig verandert. Alexander Herzens My Past and Thoughts, uit het midden van de 19e eeuw, leest soms alsof het over het Rusland van nu gaat.

Dit weekend las ik in Foreign Affairs iets wat dat beeld van Rusland weer eens bevestigde. Het tijdschrift bestaat 90 jaar en drukte daarom enkele teksten uit het verleden opnieuw af. Een van de artikelen kwam van de hand van William Henry Chamberlin en was getiteld “Making the Collective Man in Soviet Russia”.

Chamberlin schreef in januari 1932:

“Sometimes  groups of Young Communists, without their distinctive uniforms, will descend on a store, factory, office or public institution, take notes on any real or supposed cases of inefficiency or bureaucracy which they may discover and report their discoveries to higher authorities…”

Laat ik nou een paar weken geleden de documentaire Putin’s Kiss gezien hebben. Daarin zit een scène waarin een groep Nashi-leden een winkel binnenvalt. Nashi is Poetins persoonlijke jeugdbeweging. Ze filmen misstanden als voedsel waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken en ongedierte. (Al ben ik van dat laatste ineens niet helemaal zeker.)

De film gaat overigens over Masha, een rijzende ster binnen Nashi, die steeds meer begint te twijfelen over ‘haar’ Nashi en de methodes die de beweging erop nahoudt. Zeer de moeite waard:

PS. Overigens schijnt Allen wel meer tijd te hebben besteed aan het lezen van Dostojevski.

.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Notities

KAMERVRAGEN

Tweede Kamer in 1914. Fotograaf onbekend.

Politiek is altijd om moedeloos van te worden, ook al vergeet je dat soms even wanneer een partij waarop je nog niet bent afgeknapt het tijdens verkiezingen onverwacht goed doet. Nee, doorgaans lees je de binnenland-pagina’s in de krant niet voor je plezier, laat staan om gerustgesteld te worden over de geschiktheid van de volksvertegenwoordiging. Één van de zaken die me keer op keer doen afvragen in hoeverre de gekozenen nadenken voordat ze iets zeggen, is de aangekondigde Kamervraag.

Ooit associeerde ik het woord ‘Kamervraag’ slechts met misstanden die in het lichaam van onze democratie aan de spreekwoordelijke kaak werden gesteld. Ik kan die naïviteit verdedigen door te zeggen dat ik toen gelukkig nog niet stemgerechtigd was. Want wat ik niet wist, is dat er ook een een andere categorie vragen bestaat: de belachelijke. Soms zijn ze vermakelijk, wanneer ze over televisieprogramma’s met blote borsten gaan bijvoorbeeld, maar uiteindelijk gaan ze vervelen, en is het prettig wanneer het aantal vragen in deze categorie klein blijft.

En ik heb het gevoel dat dat nu niet het geval is. Een kleine greep uit het aanbod van de afgelopen weken: Hooligan Wesley, een simpele ziel, misdraagt zich in de Arena. De PvdA kondigt binnen een uur, op Twitter, Kamervragen aan. John de Mol doet iets onoirbaars met een zangwedstrijd, de SP stelt de achterband gerust: dit krijgt nog een Kamervraagstaartje. Afgelopen week deed Beatrix een doekje om haar hoofd, de PVV kondigde Kamervragen aan.

Misschien vertekent de media-aandacht voor dit soort onzin het beeld, de NOS slaagde er deze week in om haar voorpagina te ontsieren met twee afzonderlijke berichten over de Kamervragen naar aanleiding van die laatstgenoemde ‘affaire’. Maar overmatige aandacht is geen excuus.

Aangezien de SP het goed doet in de peilingen, kan ik de PvdA niet voorhouden dat het aankondigen van belachelijke Kamervragen de reden is van de huidige electorale malaise. Maar het wordt echt tijd dat politieke partijen die zichzelf, hun kiezers en de problemen waar we mee kampen serieus nemen, een moratorium instellen op de belachelijke Kamervraag. De lichtzinnigheid waarmee politici omspringen met de middelen die kiezers hen ter beschikking hebben gesteld, is funest voor het vertrouwen in onze volksvertegenwoordiging. Voor zover dat er ooit werkelijk is natuurlijk.

Gisteren las ik dat het aantal kamervragen het afgelopen jaar flink gestegen is. Van 2552 in 2010 naar 3055 in 2011. Dit stukje verscheen op Hardhoofd en Joop

.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Notities

Levensteken

Beetje stil hier. Excuses. Afgelopen week heb ik een beetje geblogd op de redactie van nrc.next. Hoogtepunt was het bezoek van de notoire cynische Marcel van Roosmalen, die in werkelijkheid behoorlijk mild bleek. Lees zijn verslag hier.

Terwijl hij op de redactie rondsnuffelde, tikte ik een stukje over zijn aanwezigheid:

Op bezoek bij nrc.next: Marcel van Roosmalen en fotograaf Jan-Dirk met frisse tegenzin op de krant

De middentafel.

 

Een handvol journalisten vertrok vanochtend waarschijnlijk met lood in de schoenen naar de Rotterdamse Alexanderpolder. (Waarvan lang, ten onrechte, werd aangenomen dat het het laagste punt van Nederland was.) De redactie van nrc.next heeft vandaag hoog bezoek. Zelf zijn de gasten vermoedelijk met ‘frisse tegenzin’ op pad gegaan. Juist: Marcel van Roosmalen is hier, voor een laatste reportage in zijn serie op de Werk & Geld-pagina’s. En hij heeft fotograaf Jan-Dirk meegenomen.

Even, bij aanvang van de ochtendvergadering, lijkt de redactie verlamd. Gelukkig neemt de hoofdredacteur het woord. Hij stelt voor “te doen alsof Marcel er niet is”. Deze suggestie kan op brede instemming rekenen.

“Heb jij nog iets, Marcel?” zegt de hoofdredacteur een klein half uur later, ter afsluiting van de vergadering.

“Ik heb niets”, zegt Marcel.

Daarna vertrekt hij, samen met fotograaf Jan-Dirk, naar het rookhok. Terwijl Marcel een trekje neemt, zegt hij:

“Zelf zei ik op vergaderingen nooit wat. Ik heb bij HP de Tijd zes jaar mijn mond gehouden. Dat vonden ze wel eens vervelend.”

Hij vraagt welke redactieleden hij nog in het rookhok kan treffen. Als ik zeg niet zeker te weten wie per 1 januari is gestopt, en vraag of hij geen poging heeft ondernomen, zegt hij: “Ja ik ben wel gestopt. Het gaat goed. Ik rook alleen nog op werkdagen.”

Terug op de next-redactie valt op ‘de middentafel’ een kop koffie om. Redacteur Hendrik Spiering zegt: “Dat gebeurt anders nooit.” Marcel antwoordt niet, en kijkt toe hoe de rotzooi wordt opgeruimd.

 

.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Notities

Lezen op internet: De Optimist en Wikipedia

Jan Hanlo in het Vondelpark // collectie letterkundig museum

Ik lees zojuist op de website van De Optimist een mooi essay over autisme. Hoewel het tegen het einde wat dramatisch wordt, bevat het stuk een paar fijne passages. Deze bijvoorbeeld:

Op de begrafenis van moeder heb ik mijn vader voor het eerst in tijden weer gezien. Hij droeg een stropdas, wat hij anders nooit doet en hoefde niet te huilen, noch om de dood van moeder, noch om het weerzien met mij. Angstvallig hield hij zich groot. Ook opa en oma toonden geen enkele emotie. Ik liet mijn tranen de vrije loop. Niet omdat ik zo verdrietig was om de dood van moeder, maar omdat een begrafenis zo in en in triest is als er helemaal niemand huilt.

Bij dit stuk van Maria Foerier wordt vermeld dat het genomineerd werd voor de Jan Hanlo Essayprijs Klein 2011. Omdat ik eigenlijk niet zoveel van Jan Hanlo weet, kijk ik even op Wikipedia. Daar staat onder meer het volgende:

Vanaf 1944 schreef Hanlo gedichten, waarvan met name Oote de aandacht trok. Dit klankgedicht (Hanlo sprak zelf van ‘kinderbrabbeltaal’) verscheen in 1952 in het door het rijk gesubsidieerde tijdschrift Roeping. Het blad Elsevier besteedde daar aandacht aan en het VVD-Eerste Kamerlid W.C. Wendelaar stelde vervolgens Eerste Kamervragen over de subsidie aan het blad dat Hanlo’s ‘infantiel gebazel’ publiceerde. Dat leverde de nodige publiciteit op.

Sommige dingen veranderen nooit. Andere dingen daarentegen weer wel:

Hij kreeg een relatie met de dertienjarige Mohamed en nam de jongen mee naar Nederland. Mohamed werd echter alweer snel naar Marokko uitgewezen.

Hierop volgden kennelijk geen kamervragen. Ook de laatste alinea van het lemma wil ik u niet onthouden:

Ongeveer twee derde van Hanlo’s omvangrijke correspondentie werd in 1989 in boekvorm uitgegeven. Daaruit blijkt onder andere welke gewetensproblemen zijn seksuele geaardheid hem opleverde. Behalve homoseksueel pedofiel was Hanlo namelijk gedurende zijn gehele leven belijdend katholiek.

Eerst verdenk ik de schrijver ervan dat hij of zij bedoelt dat niet-katholieken geen gewetensproblemen als gevolg van deze een seksuele geaardheid kunnen hebben. Maar dan begint het te dagen. De auteur bedoelde waarschijnlijk te zeggen dat de “homoseksuele pedofiel Hanlo” weliswaar gewetensproblemen had vanwege zijn geaardheid, maar dat dit zo was ondanks het feit dat hij zijn hele leven belijdend katholiek was.

.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Notities

Rotterdam pest zijn zzp’ers weg

Het heeft niet heel lang geduurd. Ik sta nog maar een paar maanden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en ik voel me voor het eerst slachtoffer van wat sommigen “ondernemertje pesten” noemen. In normaal Nederlands: ik ben chagrijnig omdat de gemeente Rotterdam een nieuwe belasting introduceert.

Wat is er precies aan de hand? Deze week ontvingen zzp’ers wier onderneming staat ingeschreven op hun woonadres een brief. Daarin wordt vertelt dat de gemeenteraad akkoord is gegaan met een “aangepaste verordening Bedrijfsreinigingsrecht (BRR)”. Nee, ik begreep ook niet direct wat dat betekent. Gelukkig bood de rest van de brief een uitleg.

Vanaf volgend jaar zijn ondernemers die van huis uit werken, verplicht een gemeentelijk heffing van €128,20 te betalen voor het afval dat hun bedrijf produceert. Dit bedrag komt bovenop de normale vuilniszakkenbelasting die ieder huishouden betaalt. (En die volgend jaar in deze gemeente ook met 20% wordt verhoogd.)

Ieder bedrijf produceert afval, zo is de gedachte, dus ieder bedrijf moet betalen. Hoewel de gemeente erkent dat de hoeveelheid per bedrijf zal verschillen, is het bedrag “gestandaardiseerd” omdat “niet te controleren is”.

Ze zouden het eens moeten proberen. Vrijwel alle zzp’ers die ik ken, werken net als ik bijna volledig digitaal. De weinige post die binnenkomt, is afkomstig van de gemeente of de Kamer van Koophandel. Wat betekent dat de gemeente geld heft voor de rotzooi die ze zelf produceert. Het was logischer geweest wanneer ik een aanslag had gekregen omdat ik een krantenabonnement heb of omdat ik mijn eten koop bij een supermarkt die alles in drie lagen plastic verpakt.

Dan is daar het verlossende tussenkopje in de brief: “Vrijstelling”. De moed zakt je in de schoenen wanneer je leest dat “het niet mogelijk is vrijstelling van deze heffing te krijgen met het argument dat u geen of heel weinig afval produceert.” De gemeente heeft namelijk als uitgangspunt: “elk bedrijf produceert afval, hoe weinig dat soms ook mag zijn.” Nou daar ben ik dan mooi klaar mee. Hoe de betreffende dienst dit soort zaken inschat, weet ik al. Ik word, terwijl ik alleen woon, al jaren standaard voor drie “gebruikseenheden” aangeslagen, en moet ieder jaar de grootste moeite doen dat terug te draaien.

Thuiswerken, je leest doorgaans dat het meer gestimuleerd zou moeten worden. Het is goed voor het milieu wordt er dan gezegd. Maar in plaats daarvan, blijken wij zzp’ers in de ogen van deze gemeente serieuze vervuilers te zijn. Misschien kan de gemeente de lijn dan doortrekken, want hoewel het onmogelijk vast te stellen is hoeveel afval individuele gezinnen produceren, het is wel logisch om aan te nemen dat mensen die thuisblijven (thuiswerkers in loondienst, huismannen, bijstandsmoeders) meer huiselijk afval produceren dan mensen die een deel van hun rotzooi op het werk achterlaten. Misschien kan de gemeente die mensen ook een brief sturen dat ze extra moeten gaan betalen.

Dat zouden we absurd en onrechtvaardig vinden, en terecht. Maar het scheelt niet veel of deze belasting komt op hetzelfde neer. In deze stad werken duizenden kleine zelfstandigen vanuit huis, zonder meer afval te produceren dan andere thuiswerkers of thuisblijvers. Precieze cijfers heb ik niet, maar duidelijk is dat velen van ons niet veel meer bij elkaar schrapen dan een minimuminkomen. In mijn geval vooralsnog zelfs minder dan dat.

Rotterdam claimt een stad voor ondernemers te zijn. Maar daar merken we weinig van. Op Twitter is de ophef groot. De hashtag #BRR is niet zo handig met de winter voor de deur, maar toepasselijk is hij wel. Ik denk namelijk dat ik mijn verwarming maar uitzet. Misschien kan ik daar genoeg mee besparen om die rekening te betalen, want de gemeente laat ons duidelijk in de kou staan.

nrc.next 16 december 2011

.

1 reactie

Opgeslagen onder Notities

Het raadsel der economie

Economie, daar begrijp ik weinig van. Hoewel ik niet direct in die richting heb gestudeerd, heb ik er wel wat redelijke mensen over horen praten. Ook heb ik af en toe een paper moeten schrijven dat er zijdelings mee van doen had. Daarnaast lees ik natuurlijk regelmatig een krant. Het vanzelfsprekende resultaat is dan dat langzaam duidelijk wordt dat je het niet begrijpt.

Ik bevind me in goed gezelschap, want in heel Europa heb ik mede-amateur-economen die weten wat het concept ‘kous’ inhoudt, maar slechts vage, theoretische vermoedens hebben over het eventuele bestaan van zoiets als een ‘naad’. Politici en commentatoren, noemen we die figuren doorgaans. Ik speel nu de rol van commentator. Dus verwacht van mij geen naad.

Ook deze week snapte ik er weer niets van. Zo las ik bijvoorbeeld twee koppen naar aanleiding van een ‘top der toppen’ op de voorpagina van de NRC: “Woede, scepsis, vragen en een grijns”, over politici die iets met de economie proberen te doen. Daaronder: “Markten reageren rustig”. Dat politici en commentatoren opgefokte emotionele typetjes zijn, dat wist ik, maar dat markten rustig kunnen reageren op onzekerheid, dat was nieuw.

Al dat niet-begrijpen weerhoudt me niet het enorm spannend te vinden. Gelukkig, want kerst is toch ieder jaar min of meer hetzelfde. Eten (dertig liter snert) en cadeaus (een paar nieuwe onderbroeken). Nee, dan de economie, daar gaat mijn hart pas echt sneller van kloppen. Bijvoorbeeld: wat gaat ons kabinet van keihard-snoeien-zonder-vooruit-denken nu weer bedenken? (5 miljard extra bezuinigen? 10 miljard extra? Spannend!) Wat ze ook verzinnen, ik zal het vast niet begrijpen.

Als het niet-begrijpen me teveel wordt, dan probeer ik het terug te brengen tot schoolpleinproporties. In het geval Europa: alle kinderen willen iets (belangen) en doen hun best dat door middel van onderhandelen en bekvechten te bemachtigen (politiek bedrijven). Totdat er iets gruwelijk misgaat (dip) en er iemand gaat huilen (dubbele dip). Resultaat is dat het speelkwartier voorbij is (triple dip), en iedereen door de nieuwe leraar (China) naar binnen wordt gestuurd. Als we het echt bont maken, moeten we (Europa) ‘s avonds misschien wel zonder eten (eten) naar bed. Ziet u? Ik begrijp er niets van.

.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Notities